De invloed van beroepservaringen van ouders op gezinswaarden. Een empirisch onderzoek bij tweeverdieners.

Inge
Maes

Determinanten van waarden; onderschat de invloed van uw partner niet!

 

Dat de sociale klasse waartoe men behoort een invloed uitoefent op de waarden die men belangrijk vindt is algemeen bekend. Hoe hoger de sociale klasse, hoe sterker men autonomie in het vaandel draagt. Om de relatie tussen sociale klasse en waarden te verklaren, zocht en vond Melvin Kohn -een invloedrijk Amerikaans sociaal wetenschapper- het antwoord niet in het beroep zelf, maar in het soort werk dat door de ouders wordt verricht.

 

Het komt erop neer dat Kohn drie kenmerken poneerde waarop middenklassejobs zich onderscheiden van arbeidersklassejobs. Vooreerst wordt er in middenklassejobs vaak gewerkt met ideeën en mensen, terwijl werken met dingen typerend is voor arbeidersklassejobs. Ten tweede vergen middenklassejobs meer flexibiliteit, denkwerk en complexe taken, terwijl arbeidersklassejobs eerder gekenmerkt worden door routine. Tenslotte is de mate van toezicht hoger in arbeidersklassejobs. Ten gevolge van deze verschillen in beroepsomstandigheden van beide soorten jobs, verschijnen er twee waardeoriëntaties aan de oppervlakte. Concreet betekent dit dat hogere sociale klassen vooral belang hechten aan waarden zoals autonomie en verantwoordelijkheidsgevoel terwijl arbeiders eerder waarden zoals gehoorzaamheid benadrukken. Dit impliceert eveneens dat arbeiders die bijvoorbeeld minder onderworpen worden aan toezicht op hun werk, zelfstandigheid kunnen waarderen. Er is dus veel variatie, ook binnen de sociale klassen, die kan verklaard worden door beroepservaringen. Voor de waarden die ouders belangrijk vinden voor hun kinderen zien we dezelfde trends. Hoe lager de sociale klasse, hoe meer ouders goede manieren, eerlijkheid en gehoorzaamheid belangrijk vinden voor hun kinderen. Ouders van hogere sociale klassen vinden het daarentegen belangrijk dat hun kinderen zich uit de slag kunnen trekken Een belangrijke bevinding is dus dat niet het beroep op zich, maar wel de kenmerken van het beroep een belangrijke rol spelen aangaande de waarden die ouders belangrijk vinden voor hun kinderen – ook ouderlijke waarden genoemd - en voor zichzelf. 

 

De scriptie van Maes Inge, studente sociologie aan de universiteit te Gent, gaat dieper op deze gedachte in. Tussen 28 oktober 2004 en 19 februari 2005 namen honderd koppels deel aan een face-to-face interview. Tweeverdienersgezinnen vormden de doelgroep, zodat de invloed van de partner op de eigen waarden kon worden nagegaan. Uit de resultaten van het onderzoek bleek dat de sociale klasse wel degelijk bepalend is voor de waarden die men belangrijk vindt voor de kinderen. Verder kon eveneens worden aangetoond dat de beroepservaringen van ouders uit hogere sociale klassen inderdaad gekenmerkt worden door weinig toezicht, veel afwisseling en complexe taken. Vervolgens ging Maes na in welke mate deze drie centrale beroepservaringen de relatie tussen sociale klasse en ouderlijke waarden bepalen. Bij de dochters bleek dit niet het geval te zijn, maar bij de zonen kon de mate van toezicht wél de relatie tussen sociale klasse en waarden verklaren.

Hoe zit het dan met de verschillen tussen mannen en vrouwen? Alhoewel de bevindingen minder uitgesproken zijn bij de zonen, kon Maes tevens concluderen dat vrouwen autonomie in het algemeen sterker waarderen dan mannen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat vrouwen in een hogere sociale positie nog altijd worden gediscrimineerd en dus meer doorzettingsvermogen nodig hebben om iets te bereiken.

 

            In een volgende fase van dit onderzoek werd een recentere gedachtegang in de studie naar de determinanten van ouderlijke waarden uitgespit. Hierbij werd dieper ingegaan op een gedachtespinsel van Kohn of de beroepservaringen van een man een invloed uitoefenen op de waarden van zijn vrouw en vice versa. Zo werd er niet enkel aandacht besteed aan de beroepservaringen van de ouder, maar ook aan de beroepservaringen van de partner van de ouder. Uit de vele analyses bleek dat indien de partner van een individu weinig gesuperviseerd wordt op het werk, veel afwisseling geniet en er complexe taken kan uitvoeren, de kans groot is dat dat individu autonomie sterk waardeert voor de kinderen! De beroepservaringen van de partner konden zelfs een deel van de invloed van de sociale klasse op ouderlijke waarden verklaren. In dit onderzoek kon de hypothese dat de beroepservaringen van de partner geen rol spelen dus worden weerlegd!

In deze scriptie werd eveneens een tweede invloed van de  partner nagegaan, met name de ouderlijke waarden van de partner. De redenering luidde als volgt: indien de ene partner autonomie sterk waardeert voor de kinderen, zal de andere partner autonomie eveneens een belangrijke waarde vinden. Deze bevinding komt overeen met deze van Kohn in die zin dat in de Verenigde Staten de ouderlijke waarden van de moeders een invloed uitoefenden op de ouderlijke waarden van de vaders, maar niet omgekeerd. Indien sociale klasse aan het model werd toegevoegd, bleek zelfs dat de waarden van de partner de relatie tussen sociale klasse en ouderlijke waarden voor een stuk verklaarde!

 

Tijdens de literatuurstudie viel het op dat het onderzoek van Kohn en zijn medewerkers naar de relatie tussen beroepservaringen en ouderlijke waarden veelvuldig werd gerepliceerd. Rond het onderzoek naar de relatie tussen beroepservaringen en de waarden die men belangrijk vindt voor zichzelf bleef het echter opvallend stil. Bitter weinig studies hebben de ideeën met betrekking tot de waarden die individuen belangrijk vinden voor zichzelf getoetst. Vandaar dat in het onderzoek van Maes dan ook een bijdrage werd geleverd om Melvin Kohn hier te repliceren. Hoe hoger de sociale klasse waartoe men behoort, hoe meer ouders autonomie een belangrijke waarde vonden voor zichzelf. Bovendien oefenden de drie centrale beroepservaringen een belangrijke invloed uit op de waarden. Enkel de mate van toezicht kon het effect van sociale klasse voor een stuk verklaren. Hoe hoger de sociale klasse waartoe men behoort, hoe kleiner de kans dat men sterk gesuperviseerd wordt in de job en des te groter de kans dat men autonomie een belangrijke waarde vindt voor zichzelf. Indien we een blik werpen op de mogelijke invloed van de partner, zien we dat zowel de beroepservaringen als de waarden van de partner hier geen enkele invloed uitoefenen. Deze bevindingen zijn in overeenstemming met eerder verricht onderzoek.

 

Zoals u ziet sluit de studie van Maes goed aan bij de reeds lang aan de gang zijnde onderzoekstraditie omtrent waarden. Belangrijk is dat er aan het reeds bestaande onderzoek een bijdrage werd geleverd door de invloed van de partner na te gaan en even stil te staan bij de determinanten van de waarden die men belangrijk vindt voor zichzelf. Tot slot werd ook de invloed van de beroepservaringen en sociale klasse op de intellectualiteit van de vrije tijd onderzocht, maar dat is stof voor een nieuw artikel…

Bibliografie

BIBLIOGRAFIE

 

Alwin, D.F. (1990). Cohort replacement and changes in parental socialization values. Journal of Marriage and the Family, 52: 347-360.

 

Baumrind, D. (1991a). Parenting styles and adolescent development. In Lerner, R.M., Peterson, A.C. & Brooks-Gunn, J. (eds.). Encyclopedia of adolescence. New York: Garland. In: Scott, J., Treas, J. & Richards, M. (2004). The Blackwell Companion to the sociology of families. Oxford: Blackwell Publishing.

 

Baumrind, D. (1991b). The influence of parenting style on adolescent competence and substance use. Journal of Early Adolescence, 11: 56-95. In: Scott, J., Treas, J. & Richards, M. (2004). The Blackwell Companion to the sociology of families. Oxford: Blackwell Publishing.

 

Becker, G. S. (1981). A treatise on the family. Cambridge, MA: Harvard University Press. In: Menaghan, E.G. & Parcel, T.L. (1990). Parental employment and the family life: research in the 1980’s. Journal of Marriage and the Family, 52: 1079-1098.

 

Bernard, J. (1981). The good-provider role: its rise and fall. American Psychologist, 36: 1-12. In: Menaghan, E.G. & Parcel, T.L. (1990). Parental employment and the family life: research in the 1980’s. Journal of Marriage and the Family, 52: 1079-1098.

 

Bielby, D.D. & Bielby, W.T. (1988). She works hard for the money: household responsibilities and the allocation of work effort. American Journal of sociology, 93: 1031-1059. In: Menaghan, E.G. & Parcel, T.L. (1990). Parental employment and the family life: research in the 1980’s. Journal of Marriage and the Family, 52: 1079-1098.

 

Billiet, J. & Waege, H. (2001). Een samenleving onderzocht. Methoden van sociaal-wetenschappelijk onderzoek. Antwerpen: Standaard Uitgeverij.

 

Blau, F.D. & Ferber, M. A. (1986). The economics of women, men and work. Englewood Cliffs, New Jersey: Prentice-Hall. In: Menaghan, E.G. & Parcel, T.L. (1990). Parental employment and the family life: research in the 1980’s. Journal of Marriage and the Family, 52: 1079-1098.

 

Blauner, R. (1964). Alienation and freedom. Chicago: University of Chicago Press.

 

Blijweert, D. (2005). Kinderopvang door bedrijven stijgt traag. (http://www.tijd.be/ondernemen/alternatieve_verloning/artikel.asp?Id=168…)

Blumstein, P. & Schwartz, P. (1986). American couples: money, work and sex. New York: William Morrow. In: Menaghan, E.G. & Parcel, T.L. (1990). Parental employment and the family life: research in the 1980’s. Journal of Marriage and the Family, 52: 1079-1098.

 

Bolger, N., DeLongis, A., Kessler, R.C. & Schilling, E.A. (1989). The effects of daily stress on negative mood. Journal of Personality and Social Psychology, 57 (5): 808-818.

 

Breer, P.E. & Locke, E.A. (1965). Task experience as a source of attitudes. Homewood, Illinois: The Dorsey Press. In: Kohn, M.L. & Schooler, C. (1973). Occupational experience and psychological functioning: an assessment of reciprocal effects. American Sociological Review, 38 (1): 99-118.

 

Bronfenbrenner, U. (1958). Socialization and social class through time and space. In: Maccoby, E.E.,  Newcomb, T.M. & Hartley, E.L. Readings in social psychology. New York: Holt, Rinchart & Winston.

 

Bumpass, L. L. & Sweet, J. A. (1989). Children’s experience in single-parent families: implications of cohabitation and marital transitions. Family Planning Perspectives, 21: 256-260. In: Demo, D.H. (1992). Parent-child relations: assessing recent changes. Journal of Marriage and the Family, 54: 104-117.

 

Craeynest, P. (1995). De levensloop van de mens. Inleiding in de ontwikkelingspsychologie. Leuven: Acco.

 

Cyert, R.M. & Mowery, D.C. (1987). Technology and employment: innovation and growth  in the U.S. economy. Washington , DC: National Academy Press. In: Menaghan, E.G. & Parcel, T.L. (1990). Parental employment and the family life: research in the 1980’s. Journal of Marriage and the Family, 52: 1079-1098.

 

Demo, D. H. (1992). Parent-child relations: assessing recent changes. Journal of Marriage and the Family, 54: 104-117.

 

Dewilde, C., Levecque, K. & Vranken, J. (2003). De Belgische armoedecijfers: hoe betrouwbaar zijn ze? In: J. Vranken, K. De Boyser en D. Dierckx (red.). Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2003. Leuven: Acco.

 

Dubin, R. (1956). Industrial workers’ worlds: a study of the central life interests of industrial workers. Social Problems, 3: 131-142. In: Mortimer, J.T., Lorence, J. & Kumka, D.S. (1986). Work, family and personality. Transitions to adulthood. Norwood, New Jersey: Ablex Publishing Corporation.

 

Durkheim, E. (1897). De la division du travail social. Paris: Les Presses universitaires de France, 8e édition, 1967. In: Vincke, J. (2002). Sociologie. Een klassieke en hedendaagse benadering. Gent: Academia Press.

Elchardus, M. (1979). Een internationale beroepenclassificatie (I.B.K.) en een gestandaardiseerde internationale beroepsprestigeschaal (G.I.B.S.). C.B.G.S. Rapport 30/1979 centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudiën. Ministerie van Volksgezondheid en het Gezin.

 

Epstein, S. (1989). Values from the perspective of cognitive-experiental self-theory. In: Eisenberg, N., Reykowski, J. & Staub, E., eds. (1989). Social and moral values: individual and societal perspectives. Hillsdale, New Jersey: Lawrence Erlbaum. In: Hitlin, S. & Piliavin, J.A. (2004). Values: reviving a dormant concept. Annual Review of Sociology, 30: 359-393.

 

Erikson, E.H. (1950). Childhood and society. New York: Norton. In: Inkeles, A. (1983). Social change and social character: the role of parental mediation. Journal of Social Issues, 39 (4): 179-191.

 

Erikson, R. , Goldthorpe, J. H. & Portocarero, L. (1979). Intergenerational class mobility in three West European societies: England, France and Sweden. British Journal of Sociology, 30 (4): 415-441.

 

Feather, N.T. (1995). Values, valences, and choice: the influence of values on the perceived attractiveness and choice of alternatives. Journal of Personality and Social Psychology, 68 (6): 1135-1151. In: Hitlin, S. & Piliavin, J.A. (2004). Values: reviving a dormant concept. Annual Review of Sociology, 30: 359-393.

 

Fishbein, M. & Ajzen, I. (1975). Belief, attitude, intention and behavior, an introduction to theory and research. Massachussets: Addison-Wesley Public. Co.

 

Fisher, C.D. (1993). Boredom at work: a neglected concept. Human Relations, 46 (3): 395-417.

 

Gecas, V. & Nye, I.F. (1974). Sex and class differences in parent-child interaction: a test of Kohn’s hypothesis. Journal of Marriage and the Family, 36:742-749.

 

Gecas, V. & Seff, M.A. (1990). Families and adolescents: a review of the 1980s. Journal of Marriage and the Family, 52: 941-958.

 

Geerken, M. & Gove, W.R. (1983). At home and at work: the family’s allocation of labor. Beverly Hills, CA: Sage. In: Menaghan, E.G. & Parcel, T.L. (1990). Parental employment and the family life: research in the 1980’s. Journal of Marriage and the Family, 52: 1079-1098.

 

Gilligan, C. (1982). In a different voice: psychological theory and the sociology of gender. Cambridge, MA: Harvard University Press. In: Xiao, H. (2000). Class, gender and parental values in the 1990s. Gender and Society, 14 (6): 785-803.

 

Goodnow, J.J. (1984). Parents’ ideas about parenting and development: a review of issues and recent work. In: Lamb, M.E., Brown, A.L. & Rogoff, B. (eds.). Advances in developmental psychology (3): 193-242. Hillsdale, New Jersey: Erlbaum. In: Greenberger, E. & Goldberg, W.A. (1989). Work, parenting and the socialization of children. Developmental Psychology, 25 (1): 22-35.

 

Gottfried, A.E. & Gottfried, A.W. (1988). Maternal employment and children’s development. New York: Plenum Press.

 

Greenberger, E., Goldberg, W.A., Hamill, S., O’Neil, R. & Payne, C.K. (1989). Contributions of supportive work environment to parents’well-being and orientation to work. American Journal of Community Psychology, 17: 755-783. In: Menaghan, E.G. & Parcel, T.L. (1990). Parental employment and the family life: research in the 1980’s. Journal of Marriage and the Family, 52: 1079-1098.

 

Greenberger, E. & Goldberg, W.A. (1989). Work, parenting and the socialization of children. Developmental Psychology, 25 (1): 22-35.

 

Greenberger, E., O’Neil, R. & Nagel, S. K. (1994). Linking workplace and homeplace: relations between the nature of adults’ work and their parenting behaviors. Developmental Psychology, 30 (6): 990-1002.

 

(http://webhost.ua.ac.be/csb/csbberichten/2001/december2001/orde%20doels…)

 

Grimm-Thomas, K. & Perry-Jenkins, M. (1994). All in a day’s work: job experiences, self-esteem and fathering in working-class families. Family Relations, 43 (2): 174-181.

 

Hauttekeete, L. (2000). Tabloidisering. Overzicht van het empirisch onderzoek en een toetsing aan de Vlaamse dagbladpers. Gent: UGent.

 

Haworth, J. T. (1997). Work, leisure and well-being. London: Routledge

 

Hibbard, J.H. & Pope, C.R. (1987). Employment characteristics and health status among men and women. Women and Health, 12 (2):85-102. In: Menaghan, E.G. & Parcel, T.L. (1990). Parental employment and the family life: research in the 1980’s. Journal of Marriage and the Family, 52: 1079-1098.

 

Hitlin, S. & Piliavin, J.A. (2004). Values: reviving a dormant concept. Annual Review of Sociology, 30: 359-393.

 

Hoffman, L.W. (1989). Effects of maternal employment in the two-parent family. American Psychologist, 44 (2): 283-292.

 

House, J.S., Strecher, V., Metzner, H.L. & Robbins, C.A. (1986). Occupational stress and health among men and women in the Tecumseh community health study. Journal of Health and Social Behavior, 27(1): 62-77.

 

Inkeles, A. (1983). Social change and social character: the role of parental mediation. Journal of Social Issues, 39 (4): 179-191.

 

Kelly, J.R. (1987). Freedom to be. A new sociology of leisure. New York: Macmillan Publishing Company.

 

Klute, M. M., Crouter, A.C., Sayer, A.G. & McHale, S.M. (2002). Occupational self-direction, values, and egalitarian relationships: a study of dual-earner couples. Journal of Marriage and the Family, 64 (1): 139-151.

 

Kohn, M.L. (1969). Class and conformity: a study in values with a reassessment. Homewood: Dorsey Press. In: Grimm-Thomas, K. & Perry-Jenkins, M. (1994). All in a day’s work: job experiences, self-esteem and fathering in working-class families. Family Relations, 43 (2): 174-181.

 

Kohn, M.L. (1977). Class and conformity: a study in values with a reassessment. Homewood: Dorsey Press.

 

Kohn, M.L., Naoi, A., Schoenbach, C., Schooler, C. & Slomczynski, K.M. (1990). Positon in the class structure and psychological functioning in the United States, Japan, and Poland. American Journal of Sociology, 95: 964-1008. In: Menaghan, E.G. & Parcel, T.L. (1990). Parental employment and the family life: research in the 1980’s. Journal of Marriage and the Family, 52: 1079-1098.

 

Kohn, M.L. & Schooler, C. (1973). Occupational experience and psychological functioning: an assessment of reciprocal effects. American Sociological Review, 38 (1): 99-118.

 

Kohn, M.L. & Schooler, C. (1983). Work and personality: an inquiry into the impact of social stratification. New Jersey: Ablex Publishing Corporation.

 

Kohn, M.L.,  Zaborowski, W.,  Janicka, K. et al. (2000). Complexity of activities and personality under conditions of radical social change: a comparative analysis of Poland and Ukraine. Social Psychology Quarterly, 63 (3): 187-207.

 

Luster, T., Rhoades, K. & Haas, B. (1989). The relation between parental values and parenting behavior: a test of the Kohn hypothesis. Journal of Marriage and the Family, 51: 139-147.

 

Marx, K. (1844). Economic and Philosophical Manuscripts of 1844. In: Vincke, J. (2002). Sociologie. Een klassieke en hedendaagse benadering. Gent: Academia Press.

 

Maslow, A. (1954). Motivation and personality. New York: Harper & Row. In: Mortimer, J.T. and Lorence, J. (1979). Work experience and occupational socialization: a longitudinal study. American Journal of Sociology, 84 (6): 1361-1385.

 

McLanahan, S. & Booth, K. (1989). Mother-only families: problems, prospects, and politics. Journal of Marriage and the Family, 51: 275-290. In: Menaghan, E.G. & Parcel, T.L. (1990). Parental employment and the family life: research in the 1980’s. Journal of Marriage and the Family, 52: 1079-1098.

 

Mead, M. (1947). The implications of culture change for personality development. American Journal of Orthopsychiatry, 17: 633-646. In: Inkeles, A. (1983). Social change and social character: the role of parental mediation. Journal of Social Issues, 39 (4): 179-191.

 

Menaghan, E.G. (1989). Role changes and psychological well-being: variations in effects by gender and role repertoire. Social Forces, 67(3): 693-714.

 

Menaghan, E.G. & Parcel, T.L. (1990). Parental employment and the family life: research in the 1980’s. Journal of Marriage and the Family, 52: 1079-1098.

 

Miller, J., Schooler, C., Kohn, M.L. & Miller, K.A. (1979). Women and work: the psychological effects of occupational conditions. American Journal of Sociology, 85 (1): 66-94.

 

Miller, J., Slomczynski, K. M. & Kohn, M. L. (1985). Continuity of learning-generalization: the effect of job on men’s intellective process in the United States & Poland. American Journal of Sociology, 91: 593-615. In: Menaghan, E.G. & Parcel, T.L. (1990). Parental employment and the family life: research in the 1980’s. Journal of Marriage and the Family, 52: 1079-1098.

 

Moen, P. & Dempster-McClain, D. (1987). Employed parents: role strain, work time, and preferences for working less. Journal of Marriage and the Family, 49 (3): 579-590.

 

Mortimer, J.T. and London, J. (1984). The varying linkages of work and family, pp. 20-35 in Voydanoff, P. (1984). Work and family: changing roles of men and women. Palo Alto, CA: Mayfield. In: Menaghan, E.G. & Parcel, T.L. (1990). Parental employment and the family life: research in the 1980’s. Journal of Marriage and the Family, 52: 1079-1098.

 

Mortimer, J.T. and Lorence, J. (1979). Work experience and occupational value socialization: a longitudinal study. American Journal of Sociology, 84 (6): 1361-1385.

 

Mortimer, J.T., Lorence, J. & Kumka, D.S. (1986). Work, family and personality. Transitions to adulthood. Norwood, New Jersey: Ablex Publishing Corporation. 

 

Naoi, A. & Schooler, C. (1985). Occupational conditions and psychological functioning in Japan. American Journal of Sociology, 90: 729-752. In: Menaghan, E.G. & Parcel, T.L. (1990). Parental employment and the family life: research in the 1980’s. Journal of Marriage and the Family, 52: 1079-1098.

 

O’Hanlon, J.F. (1981). Boredom: Practical consequences and a theory. Acta Psychologica, 49: 53-82. In: Fisher, C.D. (1993). Boredom at work: a neglected concept. Human Relations, 46 (3): 395-417.

 

Parker, S. (1972). The future of work and leisure. London: Paladin. In: Kelly, J.R. (1987). Freedom to be. A new sociology of leisure. New York: Macmillan Publishing Company.

 

Parker, S. (1983). Leisure and work. London: Allen & Unwin. In: Kelly, J.R. (1987). Freedom to be. A new sociology of leisure. New York: Macmillan Publishing Company.

 

Pearlin, L.I. & Kohn, M.L. (1966). Social class, occupation and parental values: a crossnational Study.  American Sociological Review, 31: 466-479.

 

Pearlin, L.I., Menaghan, E.G., Lieberman, M.A. & Mullan, J.T. (1981). The stress process. Journal of Health and Social Behavior, 22 (4): 337-356.

 

Pearlin, L.I. (1989). The sociological study of stress. Journal of Health and Social Behavior, 30: 241-256.

 

Piotrkowski, C.S. (1978). Work and the family system: a naturalistic study of working class and lower - middle class families. New York: Free Press. In: Mortimer, J.T., Lorence, J. & Kumka, D.S. (1986). Work, family and personality. Transitions to adulthood. Norwood, New Jersey: Ablex Publishing Corporation.

 

Piotrkowski, C.S. & Katz, M. H. (1982). Indirect socialization of children: the effects of mothers’ jobs on academic behaviors. Child Development, 53 (6): 1520-1529.

 

Prahl, H.W. (2002). Soziologie der Freizeit. Paderborn: Ferdinand Schöningh.

 

Raschke, H. J. & Raschke V. J. (1979). Family conflict and the children’s self-concepts. Journal of Marriage and the Family, 41: 367-374. In: Demo, D.H. (1992). Parent-child relations: assessing recent changes. Journal of Marriage and the Family, 54: 104-117.

 

Riesman, D. (1950). The lonely crowd. New Haven: Yale University Press. In: Inkeles, A. (1983). Social change and social character: the role of parental mediation. Journal of Social Issues, 39 (4): 179-191.

 

Roccas, S., Sagive, L.S.S.H. & Knafo, A. (2002). The big five personality factors and personal values. Personality and Social Psychology Bulletin, 28:789-801. In: Hitlin, S. & Piliavin, J.A. (2004). Values: reviving a dormant concept. Annual Review of Sociology, 30: 359-393.

 

Rokeach, M. (1973). The nature of human values. New York: Free Press. In: Hitlin, S. & Piliavin, J.A. (2004). Values: reviving a dormant concept. Annual Review of Sociology, 30: 359-393.

 

Rosenberg, M. (1981). The self-concept: social product and social force, pp. 593-624. In: Rosenberg, M. & Turner, R.H. (1981). Social psychology: sociological perspectives. New York: Basic Books. In: Mortimer, J.T., Lorence, J. & Kumka, D.S. (1986). Work, family and personality. Transitions to adulthood. Norwood, New Jersey: Ablex Publishing Corporation.

 

Rosenfield, S. (1989). The effects of women’s employment: personal control and sex differences in mental health. Journal of Health and Social Behavior, 30 (1): 77-91.

 

Ross, C.E., Mirowsky, J. & Huber, J. (1983). Dividing work, sharing work, and in-between: marriage patterns and depression. American Sociological Review, 48 (6): 809-823.

 

Schooler, C. & Naoi, A. (1988). The psychological effects of traditional and of economically peripheral job settings in Japan. American Journal of Sociology, 94: 335-355. In: Menaghan, E.G. & Parcel, T.L. (1990). Parental employment and the family life: research in the 1980’s. Journal of Marriage and the Family, 52: 1079-1098.

 

Schwartz, S.H. & Bilsky, W. (1987). Toward a psychological structure of human values. Journal of Personality and Social Psychology, 53 (3): 550-562.

 

Seccombe, K. (1986). The effects of occupational conditions upon the division of household labor: an application of Kohn’s theory. Journal of Marriage and the Family, 48: 839-848. In: Hitlin, S. & Piliavin, J.A. (2004). Values: reviving a dormant concept. Annual Review of Sociology, 30: 359-393.

 

Spade, J. Z. (1991). Occupational structure and men’s and women’s parental values. Journal of Family Issues, 12 (3): 343-360.

 

Spenner, K.I. (1998). Reflections on a 30-year career of research on work and personality by Melvin Kohn and colleagues. Sociological Forum, 13 (1): 169-181.

 

Staines, G.L., Pottick, K.J. & Fudge, D.A. (1986). Wives’ employment and husbands’ attitudes toward work and life. Journal of Applied Psychology, 71 (1): 118-128.

 

Stevens, J.P. (2002). Applied multivariate statistics for the social sciences. Mahwah, New Jersey: Lawrence Erlbaum Associates Publishers. 

 

Tokarski, W. (2000). Freizeit. NRW-Lexikon: Opladen. In: Prahl, H.W. (2002). Soziologie der Freizeit. Paderborn: Ferdinand Schöningh.

 

Treiman, D.J. (1977). Occupational prestige in comparative perspective. New York: Academic Press.

 

VDAB (2005). COmpetentie- en BeroepenRepertorium voor de Arbeidsmarkt.

(http://cobra.vdab.be/cobra/Cobra?event%3dprogressiefZoeken)

 

Veblen, T. (1953). The theory of the leisure class. New York: New American Library Mentor Books. In: Kelly, J.R. (1987). Freedom to be. A new sociology of leisure. New York: Macmillan Publishing Company.

 

Vincke, J. (2002). Sociologie. Een klassieke en hedendaagse benadering. Gent: Academia Press.

 

Weber, M. (1922). Wirtschaft und Gesellschaft. Grundriβ der Verstehenden Soziologie. Tübingen: Mohr Siebeck. In: Gerth, H. H. & Wright Mills, C. (1991). From Max Weber: essays in sociology. London: Routledge.

 

Wilensky, H.L. (1960). Work, careers, and social integration. International Social Science Journal, 12: 543-560. In : Haworth, J. T. (1997). Work, leisure and well-being. London: Routledge.

 

Wright, E.O. (1982). Class boundaries and contradictory class locations, pp. 112-129. In A. Giddens & D. Held (red.), Classes, power and conflict. Classical and contemporary debates.  Berkeley, CA: The University of California Press.

 

Wright, J. D. & Wright, S. R. (1976). Social class and parental values for children: a partial replication and extension of the Kohn thesis. American Sociological Review, 41: 527-537.

 

 

Xiao, H. (1999). Independence and obedience: an analysis of child socialization values in the United States and China. Journal of Comparative Family Studies, 30 (4): 641-657.

 

Xiao, H. (2000). Class, gender and parental values in the 1990s. Gender and Society, 14 (6): 785-803.

   

 

Universiteit of Hogeschool
Universiteit Gent
Thesis jaar
2005