‘Wie niet waagt, niet wint’

Interview
lars bove
© VRT

Onderzoeksjournalist Lars Bové won in 2002 de allereerste Vlaamse Scriptieprijs met een eindwerk over de maatschappelijke impact van Japanse samoeraifilms. Vandaag werkt hij voor de krant De Tijd en bijt hij zich graag vast in complexe internationale dossiers zoals Panama Papers en LuxLeaks. ‘De genoegdoening wanneer je zoiets groots naar buiten kunt brengen, is enorm.’


‘Ik herinner me niet precies hoe ik voor het eerst van de Scriptieprijs heb gehoord en wie of wat me ertoe heeft aangezet om mijn scriptie in te dienen’, vertelt Lars Bové. ‘Ik weet wel nog dat ik er veel werk in heb gestoken. Ik was volledig gefascineerd door mijn onderwerp: Japanse samoeraifilms en de invloed van zulke media op de cultuur en de samenleving. Ik was in Japan geweest, dus de interesse was heel persoonlijk begonnen. Tijdens het onderzoek ben ik, zoals zoveel studenten, van de ene universiteit naar de volgende bibliotheek getrokken om overal zoveel mogelijk informatie te verzamelen en voor veel te veel geld kopieën te maken. Vaak speelde mijn moeder voor chauffeur’, lacht hij. Het spitten, onderzoeken en schrijven beviel. En het resultaat sprong in het oog van de jury. Lars Bové, toen al onderzoeksjournalist in de dop, werd de allereerste laureaat van de Scriptieprijs.

‘De uitreiking van de Prijs herinner ik me wel nog scherp’, zegt hij. ‘Het meest bijzonder vond ik de aanwezigheid van Caroline Pauwels. Toen was ze nog geen rector aan de VUB, maar ze was wel de professor die me tijdens mijn studie Communicatiewetenschappen het meest begeesterd had. Dat uitgerekend zij zo zichtbaar blij voor me was, maakte het moment extra leuk.’ 

Alsof je er zelf bij was

Even liet de prijs Bové twijfelen. Zou hij dan toch niet beter voor een academische carrière gaan? Maar al snel besliste hij bij zijn oorspronkelijke plan te blijven. ‘Ik was communicatiewetenschappen gaan studeren omdat ik journalist wilde worden, en dus heb ik nog een extra jaar Journalistiek gevolgd.’ Ook tijdens die studie aan de Erasmushogeschool intrigeerden vooral de boeken van befaamde internationale onderzoeksjournalisten hem. ‘Zo herinner ik me heel specifiek een boek van Bob Woodward over wat er zich allemaal afspeelde binnen de regering-Bush. Ik kende hem natuurlijk al van al wat hij samen met Carl Bernstein over het Watergateschandaal naar buiten had gebracht. Maar in dit boek over Bush werd het me heel duidelijk dat hij allerlei bronnen had binnen de regering en allerlei diensten. Je merkte hoe hij bepaalde zaken jarenlang had gevolgd en er daardoor een heel ander licht op kon werpen dan andere journalisten. Van al die dingen die gebeurden wanneer de camera’s niet draaiden, maakte hij dan ook nog eens verhalen die lazen alsof je er zelf bij was. Dat was bijzonder inspirerend.’ 

Lars Bové voerde dat jaar zelf een heel concreet journalistiek onderzoek naar spionage in de Europese gebouwen in Brussel. Eenmaal afgestudeerd trok hij zijn stoute schoenen aan, en met zijn artikel onder de arm liep hij naar de redactie van Humo. ‘Nog diezelfde zomer heb ik stevig wat artikelen voor het blad kunnen schrijven. En op basis daarvan kon ik in de herfst bij De Tijd beginnen.’ Hij werd er gerechtsspecialist, en later onderzoeksjournalist en redacteur politiek en economie. 

Kansen krijgen, kansen creëren

Wie niet waagt, niet wint. Het zou het levensmotto van Lars Bové kunnen zijn. En een les die hij al leerde als laureaat van de Scriptieprijs. ‘Als je veel tijd en moeite in iets stopt, moet je altijd je kans wagen. Niets zo erg als studenten die zichzelf vooraf al censureren door te denken dat hun werk de moeite niet loont. Na de Scriptieprijs heb ik als journalist nog veel persprijzen gewonnen. Maar eerlijk: ik heb er evenveel niet gewonnen. Het is maar door elke keer opnieuw je kans te wagen, dat er geregeld iets uit de bus kan komen. Je moet in het leven wat geluk hebben, maar je moet vooral ook zelf kansen creëren.’ 

‘Toen ik net geen tien jaar bezig was, heb ik de stap van Belgische naar internationale onderzoeksjournalistiek gezet. Ik had intussen al wat krediet opgebouwd met mijn onderzoeken, onder meer ook bij Alain Lallemand van Le Soir.’ Die was al langer betrokken bij het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ), een netwerk van onderzoeksjournalisten uit meer dan 100 verschillende landen. ‘Toen het ICIJ het wereldwijde schandaal rond de OffShore Leaks naar buiten bracht, ben ik naar Lallemand toe gestapt. Dat dossier, over al die fraudeconstructies, sloot helemaal aan bij mijn interessesfeer. Ik wou er absoluut aan meedoen.’

papers

Onthullen wat anders verborgen bleef

Het eerste grote, internationale project waaraan Bové meewerkte, was LuxLeaks, dat grootschalige belastingontwijking door meer dan 300 multinationals onthulde. Later volgden nog projecten zoals Pandora Papers en Panama Papers. ‘Het zijn de grootste journalistieke samenwerkingen ooit’, zegt Bové. ‘Dat soort informatie komt niet zomaar op je bureau terecht. Het gaat om ettelijke bibliotheken aan data waar je dan de interessante Belgische verhalen uit probeert te vissen. Na selectie hou je nog eens tienduizenden documenten over die je een na een moet doornemen. Het vergt veel, maar de genoegdoening die je krijgt wanneer je zoiets naar buiten kunt brengen, is dan ook enorm. Uiteindelijk is dat wat me drijft: de mensen iets kunnen geven dat ze zonder jouw speurwerk niet geweten zouden hebben, ze inzichten verstrekken waar ze recht op hebben, maar die anders verborgen waren gebleven. Je wil iets wezenlijks vertellen. Ik neem de lezer ook graag mee in de zoektocht die ik heb ondernomen: “Zo is het gegaan”. Toen ik bijvoorbeeld mijn boek over de staatsveiligheid schreef, was de ultieme uitdaging om zoveel mogelijk te weten te komen van een dienst die liefst zoveel mogelijk geheim houdt: waar liggen hun kantoren, wat hebben ze verzwegen voor het parlement? Ik vond het telkens zo leuk om zoiets uit te spitten, dat ik die momenten ook echt met de lezer wilde delen. Een dood spoor of de saaiere data laat je er dan natuurlijk uit.’

Schrijf iets wat ertoe doet

Lars Bové geeft ook al een aantal jaar het keuzevak Gerechts- en onderzoeksjournalistiek aan de KU Leuven. ‘Ik probeer mijn studenten allerlei mee te geven dat hen kan wapenen in de journalistiek. Hoe verwerk je informatie? Hoe schrijf je duidelijk en vlot? Hoe herken je interessante onderzoekspistes? Op het eind van het jaar moeten ze klaar zijn om in het vak te stappen.’ En voor hun hun scripties geeft de onderzoeksjournalist hen altijd één gouden raad: ‘Kies een onderwerp dat ertoe doet en waar je zelf in gelooft. Schrijf iets wat je zelf zou willen lezen en dat je later kan benutten om te tonen wat je kan.’ En uiteraard: dien het in voor de Scriptieprijs. Je weet maar nooit.
 

Share this on: